Aronskelk Costerustuin Gevlekte aronskelk Costerustuin Gevlekte aronskelk Costerustuin

Gevlekte aronskelk Arum maculatum

Knolgewas

Bloeitijd: mei

Aronskelk verleidt insecten tot een nachtje in de cel.

Naamgeving: Gevlekt –  de bladeren van deze plant. Aron is de vernederlandsing van Arum, de naam van deze plant in de klassieke oudheid. Maculatum betekent gevlekt, hoewel de vlekken lang niet altijd duidelijk te zien zijn.

Botanisch: Aronskelken behoren tot de Kolfbloemen orde. De bloemen in deze familie zijn klein en staan bij elkaar op een vlezige aar, die wordt omvat door een opvallend schutblad. Bij de Gevlekte aronskelk heeft dit schutblad onderin een bolling waarin de manlijke en vrouwelijke bloemen zitten verstopt. De aar eindigt bovenaan in een paarsige knots. Bij het vallen van de avond, start een verbrandingsproces in de knots, die tot wel 10 graden warmer dan de omgeving wordt. De warmte en de geur lokken kleine insecten als motmugjes, die geen houvast vinden op de knots of de binnenkant van het schutblad, en omlaag glijden. Daar zitten ze gevangen, omdat witte draderige uitsteeksels de uitgang blokkeren. De gelige vrouwelijke bloemen scheiden druppels nectar af en nemen stuifmeel op, als er een vliegje stuifmeel bij zich heeft. De volgende dag, of de dag daarna, zijn de paarse manlijke bloemen rijp, en beginnen stuifmeel los te laten.  De draderige tralies verwelken. De motmugjes worden bepoederd met stuifmeel vrijgelaten. Helaas zijn deze vliegjes niet zo slim: bij de volgende bloem tuinen ze er weer in.  Of misschien is een nachtje in een warme cel, met een slokje nectar, helemaal niet zo verkeerd.

In de tuin: Aronskelken groeien goed in de schaduw, maar hebben een voedsel- en kalkrijke groeiplaats nodig om bloemen tot ontwikkeling te brengen. In de herfst is de plant getooid met fraaie rode bessen.