Bezoekt u de tuin met uw smartphone, dan krijgt u via op paaltjes geplaatste QR-codes direct toegang tot de ordes en de daaronder vallende soorten uit de basiscollectie.

De indeling van het plantenrijk in veertig ordes is gebaseerd op de (school)flora die biologieleraar Jan Costerus (1849-1938) gebruikte, de Geïllustreerde flora van Nederland van Eli Heimans, Hein Willems Heinsius en Jac. P. Thijsse uit 1909. De moderne indeling, gebaseerd op DNA-onderzoek, wijkt hier op onderdelen vanaf.

Sporen worden gevormd in de sporendoosjes aan de onderkant van de bladeren en zorgen voor de verspreiding van de plant.

1 Paardenstaarten /
Wolfsklauwen

Niet in de tuin: het zijn wilde planten die of te woest of te kieskeurig zijn om in de Costerustuin te groeien.

Deze struiken of bomen maken zaden in kegels. Echter, er zijn natuurlijk uitzonderingen…

3 Ephedra-orde

Deze planten groeien op bijzonder droge en warme plaatsen. Niet in de Costerustuin.

De Waterweegbree is een typerende vertegenwoordiger van deze moerasplanten.

De kleine bloemen van deze orde staan verenigd op een dikke spil, een zgn. kolf.

Kalmoes Costerustuin
Kalmoes

De minuscule bloemen van grassen worden door de wind bestoven.

De planten uit deze kleine orde kiemen en groeien als gras, maar de bloemen worden door insecten bestoven.

De planten in deze orde hebben vaak blad waarin de nerven parallel lopen. Ze overwinteren als knol of bol.

9 Bananen-orde

Niet in de Costerustuin: het zijn tropische planten.

Soms in de tuin: erg kieskeurige planten.

In de tuin vertegenwoordigd door de Walnoot.

Het blad van deze planten is sterk behaard. Variërend van zacht tot prikkerig.

Een heel diverse groep planten, waarvan de bloemen op insectenbezoek zijn ingericht.

Bij de bloemen in deze orde valt op dat de zowel de kelk- als de kroonbladen gekleurd zijn.

Veel planten uit deze familie hebben melksap en de zaden zitten in opvallende zaaddozen.

De planten in deze orde zijn erg verschillend, de bloemen vaak gericht op insectenbezoek.

De grote bloemen van deze orde hebben in het midden een soort poederdons bestaande uit vergroeide meeldraden en stijlen.

Reigers- en Ooievaarsbekken zijn planten waarvan de uitgebloeide bloemen uitgroeien tot een soort vogelkopje, met een lange snavel.

De bloemen van deze orde zijn geurig. Ook het gekneusde blad verspreidt een karakteristieke lucht.

De bomen in deze orde zijn te groot voor de Costerustuin. Maar er zitten ook aantrekkelijke struiken tussen.

De zaden van de bomen en struiken in deze orde hebben een karakteristieke vorm.

Deze plantenorde is giftig, het sap lijkt vaak op melk.

De bloemen zijn verenigd in een schermvormige bloeiwijze, waardoor ze meer opvallen.

Deze orde is genoemd naar de Steenbreek, een plant die zich met lange wortels vastzet in rotsspleten.

25 Cactus-orde

Het zijn woestijnplanten, die niet in de Costerustuin staan.

De opvallende bloemen werden gebruikt om het lijden van Christus aan heidenen uit te leggen.

De lang doorbloeiende gele Teunisbloemen zijn kenmerkend voor deze orde.

28 Peperboom-orde

Niet in de Costerustuin: te kieskeurig.

Binnen de Rozen-orde komen veel moes- en siertuinplanten voor.

Alle planten in deze orde laten hun zaden afrijpen in peultjes.

In deze kleine orde produceren de planten bloemen zonder afzonderlijke kelk- en kroonbladen. De bloem bestaat uit één stuk: een bloemdek.

Planten van zure, vaak voedselarme grond. De kroonbladen van de bloemen uit de Heide-orde zijn vaak tot één stuk vergroeid, zodat een soort klokje ontstaat.

Planten met alzijdig symmetrische bloemen, waarvan de kroon vaak klokvormig is.

Ebbenhout komt voor in de tropen, net als veel andere leden van deze orde. De Sneeuwklokjesboom is daarop de uitzondering.

Onder de Winde-orde vallen onder meer de Nachtschade-achtigen en de Ruwbladigen.

Veel bloemen van deze orde zijn tweezijdig symmetrisch en hebben de vorm van een open mond, met boven- en onderlip.

Gentianen gedijen niet echt in de Costerustuin, maar onder deze orde vallen ook andere planten.

Binnen deze orde vallen de echte klokjesbloemen, zoals Campanula’s.

De gemeenschappelijke noemer zijn de symmetrisch geplaatste bladeren.

De bloemhoofdjes bestaan uit een compositie van hele kleine bloemen.